Opgeblazen gezichten
In een gewichtloze toestand hebben bloed en lichaamsvocht de neiging om te gaan samenklitten in de elastische bloedvaten, de buik of de borstkas. Aangezien er geen zwaartekracht is in de ruimte, ontstaat er dus in het menselijk lichaam een opwaartse stuwing van vocht waardoor we vaak ruimtevaarders zien met opgeblazen gezichten. Na verloop van tijd past het lichaam zich aan deze nieuwe situatie aan doordat de hartspier en de bloedvaten in de benen elastischer worden. Volgens André Aubert en Bart Verheyden zijn langdurige ruimtemissies vreemd genoeg minder erg voor het menselijk lichaam dan kortstondige. Bij langdurige missies krijgen de ruimtevaarders meer de kans om in beweging te blijven en draagt men speciale kledij waardoor het bloed makkelijker terug in de benen komt. Wanneer een ruimtevaarder terug op aarde is, zal zijn lichaam zich terug aanpassen aan de zwaartekracht indien men over een goede conditie beschikt. Na de eerste langdurige bemande ruimtemissies bleken veel ruimtevaarders last te hebben van orthostatische intolerantie waardoor ze vaak niet meer konden rechtstaan of flauwvielen.

Medische kennis voor Chinese ruimtevaarders
Nadat Frank De Winne in 2002 voor een eerste maal de ruimte in ging was professor Aubert eveneens betrokken bij de tweede bemande Chinese ruimtevlucht in 2005. Zo werd met de Cardiocog apparatuur gegevens verzameld van de Chinese ruimtevaarders. Dit experiment werd ook al uitgevoerd op ondermeer de Russische kosmonaut Gennadi Padalka die van 21 april tot en met 23 oktober 2004 aan boord van het ISS ruimtestation verbleef. Dit experiment werd door Belgische onderzoekers ontwikkeld. Hiermee kan men zowel de elektrische activiteit van het hart meten alsook de bloeddruk. Uit al dit onderzoek is ook gebleken dat niet enkel ruimtevaarders er beter van worden, maar mensen op aarde hier eveneens voordeel kunnen uit halen. Mensen die regelmatig last hebben van flauwvallen, kunnen een trainingsprogramma volgen dat gebaseerd is op de resultaten van onderzoek naar astronauten. Daarnaast kan men op deze manier ook veel meer leren over de vermindering van spierkracht en het verzwakken van het bot wanneer een lichaam zich in de ruimte bevindt. Ruimtevaarders slagen er echter in binnen de zes maanden na hun terugkeer om de schade die hun botten opgelopen hebben, opnieuw te herstellen door aangepaste oefeningen.