Bemanning Soyuz TMA-1 missie:
- Sergei Zalyotin
- Frank De Winne
- Yuri Lonchakov

De Soyuz TMA-1 bemanning - Foto: NASA
Omstreeks 4u11 Belgische tijd 30 oktober 2002 vertrok Frank De Winne met zijn twee collega kosmonauten naar het ISS ruimtestation. De Winne had aan boord van de Soyuz TMA-1 ruimtecapsule de functie van boordingenieur en werd gelanceerd vanop de historische Baikonur lanceerbasis in Kazachstan. Op 1 november koppelde de 7 ton zware ruimtecapsule zich probleemloos vast aan de Pirs module van het ruimtestation waarna ISS Expedition 5 bemanningsleden, Valeri Korzoen, Sergej Tresjtsjev en Peggy Whitson Frank De Winne verwelkomde. Gedurende zijn verblijf aan boord van het ISS voerde Frank De Winne met succes 23 experimenten uit op vlak van biologie, microbiologie, fysiologie, aardobservatie en fysische wetenschappen. Voor deze OdISSea ruimtemissie kon het Europese ruimtevaartagentschap 70 kilogram aan apparatuur naar het ISS sturen door middel van een onbemande Russische Progress racgomodule die op 25 september 2002 gelanceerd werd. In totaal besteede de Belgische ruimtevaarder ongeveer veertig uur van zijn tijd in de ruimte aan het uitvoeren van de experimenten. De operaties voor de OdISSea missie werden gecoördineerd vanuit het Taxi Flight Operations Coordination Centre (TOCC) in het ESA-centrum ESTEC in Nederland. Het verloop van de experimenten van Belgische onderzoeksteams werd dan weer gevolgd vanuit het Belgian User Support and Operations Centre (B.USOC).

De Soyuz TMA-1 ruimtecapsule koppelt zich op 1 november 2002 aan het ISS ruimtestation - Foto: NASA
OdISSea experimenten:
- Vitamin D
- Rho signalling
- Ramiros
- Message
- Cardiocog
- Neurocog
- Sympatho
- Virus
- Sleep
- GCF
- Zeogrid
- DCCO (*)
- Nanoslab (*)
- PromISS (*)
- Cosmis (*)
- LSO
- Video
- ARISS
(*) Deze experimenten werden uitgevoerd met de Microgravity Science Glovebox (MSG).
Van de 23 experimenten die Frank De Winne uitvoerde, waren er 14 van Belgische oorspong. De experimenten zelf werden gekozen door een panel van wetenschappelijke internationale experten. Enkele van deze experimenten (Nanoslab, DCCO, Cosmic en PromISS) werden geïnstalleerd in de Microgravity Science Glovebox (MSG). Dit is een hermetisch afgesloten handschoenkast dat in juni 2002 bevestigd werd in de Amerikaanse Destiny module van het ISS ruimtestation. De Katholieke Universiteit Leuven was verantwoordelijk voor de Cosmic, Nanoslab, Vitamin D, Cardiocog en Zeogrid experimenten. De Neurocog, DCCO en Ramiros experimenten waren dan weer afkomstig van de Université Libre de Bruxelles en de Universiteit Gent. Daarnaast waren ook nog de Université de Liège en het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) eveneens betrokken bij enkele OdISSea experimenten. Tijdens zijn verblijf aan boord van het ruimtestation sprak De Winne ook met zes studenten die afkomstig waren uit universiteiten in Schotland, Italië en Nederland en zich op dat moment in het TOCC bevonden.

Frank De Winne aan boord van het internationaal ruimtestation ISS - Foto: NASA
Frank De Winne keerde op 10 november 2002 terug naar de Aarde met de Soyuz TM-34 ruimtecapsule. Dit was de eerste keer in tien jaar dat een bemande Russische Soyuz ruimtecapsule 's nachts terugkeerde. De nieuwe Soyuz TMA-1 capsule bleef nog aan het ISS gekoppeld tot 4 mei 2003. De Winne landde samen met zijn twee Russische collega's 81 kilometer ten oosten van de Kazachste stad Arkalyk waarna de bemanningsleden uit hun ruimtecapsule bevrijd werden door reddingsteams.


