zondag, 20 september 2009 12:13

BiS interview: Didier Fussen (BIRA)

Geschreven door
Beoordeel dit item
(1 Stem)

InterviewRuimtevaart is en blijft enorm fascinerend. De laatste descennia is België een niet onbelangrijke rol gaan spelen in de Europese ruimtevaart en blijven de jaarlijkse omzetcijfers van de Belgische ruimtevaartindustrie stijgen. In Vlaanderen en Wallonië bestaat sedert vele jaren de mogelijkheid om een loopbaan uit te bouwen in de sterk groeiende ruimtevaartsector dat op zijn beurt jongeren stimuleert om te kiezen voor een technologische of wetenschappelijke studierichting. Belgium in Space sprak met verschillende mensen die zowel tewerkzaam zijn in de Belgische ruimtevaartindustrie alsook bij verschillende instituten en stelde hen tal van vragen in verband met hun functie, hun passie voor ruimtevaart en hun studies. Voor dit interview nam Belgium in Space contact op met Dr. Didier Fussen die departementshoofd is bij het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA).

Naam: Dr. Didier FUSSEN
Functie: Departementshoofd
Bedrijf / Instituut: BIRA-IASB (Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie)

(BiS) U bent tewerkzaam bij het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA), wat is uw functie en hoe zou u deze omschrijven?

(DF) Ik ben het hoofd van het departement “Experimentele aëronomie” en verantwoordelijk voor de “limb remote sounding” groep, die 9 vorsers bevat. Hoewel ik nog probeer in contact te blijven met de wetenschappelijke verwerking van de gegevens van ruimte-experimenten, moet ik steeds meer aan wetenschappelijk management doen, niet alleen voor de financiering van de lopende projecten maar grotendeels ook wegens onze betrokkenheid in het ALTIUS project.

(BiS) Welke studies heeft u gedaan?

(DF) Na humaniora in latijn-wiskunde, ben ik licentiaat in natuurkunde geworden (FUNDP, Namen and UCL, Louvain-la-Neuve) en heb ik in 1983 een doctoraat in de natuurkunde behaald met een onderwerp over atoom-ion botsingen, een gebied dat zeer verschilt van geofysica. Ik ben in het BIRA aangeworven in 1988.

(BiS) Kunt u omschrijven wat de belangrijkste taken en onderzoeken zijn van het BIRA?

(DF) Door het feit dat aëronomie een nieuwe wetenschappelijke tak is (het woord bestaat maar sinds 1954) met een mulitidisciplinair karakter, is het moeilijk een korte samenvatting te geven van het onderzoek (je kan meer info krijgen op http://www.oma.be). Kort gezegd, aëronomie bestudeert de fysico-chemie van de hogere atmosfeer van de Aarde en de andere planeten, en de geassocieerde invloed van de zonnestraling. Dit betreft ook de magnetosfeer, een geïoniseerd milieu dat interageert met de zonnewind. Heden is er ook meer en meer interesse voor de troposfeer (van 0 tot 15 km hoogte) met de nadruk op de luchtkwaliteit en de impact op de omgeving. De meeste bekende thema’s in de aëronomie wat betreft de Aarde zijn de ozonlaag, de gassen die het broeikaseffect bepalen, de aërosolen, enzovoort.  De wetenschappers in aëronomie zijn natuurkundigen, scheikundigen en wiskundigen, en ze worden ondersteund door high-level ingenieurs om te kunnen deelnemen aan ruimte-experimenten. Vele metingen worden ook uitgevoerd vanaf de grond, in stations die deel uitmaken van internationale netwerken.

(BiS) Waarom is aëronomisch onderzoek zowel op Aarde als bij andere planeten zo belangrijk?

(DF) Gezien vanaf de ruimte is het antwoord duidelijk: onze atmosfeer ziet er uit als een dunne laag  van amper 10 km, waarin we moeten ademen, de UV-zonnestraling overleven, en dat bij luchttemperaturen die niet veel meer mogen variëren dan 50 graden. Voor veel mensen is onze atmosfeer een onbegrensd fluidum waarin het weer zich afspeelt. Ze beseffen niet hoe gevoelig zijn chemische samenstelling is. Iedereen weet ondertussen wel dat de ozonlaag ons beschermt tegen de UV-straling. Maar de concentratie van ozon in de stratosfeer bedraagt slechts enkele delen per miljoen, in een dynamisch en breekbaar evenwicht met de andere minderheidgassen. En heden hebben we natuurlijk ook zorgen in verband met het klimaat…

(BiS) Het BIRA kent een rijke geschiedenis van deelnames aan verschillende ruimtevaartprojecten, welk project vind u tot op heden het meest succesvol?

(DF) Er is een lange reeks van ruimte-experimenten waaraan het BIRA deelgenomen heeft, ofwel met een zelf ontwikkeld instrument, ofwel door de gegevensverwerking van remote sensing data, ofwel met beide. Vanuit mijn persoonlijke ervaring denk ik aan ORA, een in het BIRA ontwikkelde radiometer aan boord van EUREKA in 1992-1993.  Sinds 2002 zijn ten minste een vijftiental vorsers bezig geweest met de verwerking van gegevens van ENVISAT, de grootste satelliet voor aardobservatie  ooit gelanceerd door ESA. Met onze ploeg zijn we in het bijzonder betrokken bij GOMOS, een sterrenoccultatie-instrument, waarin we de rol van “Expert Laboratory” spelen voor ESA. Ik moet ook het succes van SOIR op VENUS-EXPRESS vermelden, een BIRA-instrument dat sinds twee jaar ronddraait in een baan rond Venus.   

(BiS) Sinds 2008 speelt het BIRA met het idee om een eigen kunstmaan te ontwikkelen die de naam ALTIUS zal dragen, hoe ver staat het met dit project?

(DF) Het idee van ALTIUS onstond in 2005. Kortom, het is een spectrale “imager” in het UV/zichtbare/infrarode golflengtegebied, aan boord van een micro-satelliet van het type PROBA, die de atmosferische limb (het door de zon verlichte deel van de hogere atmosfeer) moet waarnemen en een globale ozonkaart kan produceren in drie dagen. De eerste gefinancieerde studies zijn begonnen in 2006. Een eerste fase (“feasibility”) werd in 2007 en 2008 opgevolgd door een officiële fase A, waarin men de technische oplossingen identificeert. Deze fase A is officieel goedgekeurd door ESA in juni 2009 maar enkele bijkomende technische studies (6-9 maanden) moeten nog uitgevoerd worden voordat we een groen licht krijgen voor fase B (waarin de conceptie van het instrument definitief wordt vastgelegd). Het is dus een lange weg voor de lancering en de verwerking van de eerste gegevens….

(BiS) Zijn er nog andere ambitieuze projecten waar het BIRA de volgende jaren gaat aan meewerken?

(DF) Het staat vast dat we een opvolger van SOIR willen ontwikkelen om deel te nemen aan een mogelijke en belangrijke missie naar Mars in 2016. De technische omgeving voor remote sensing is tegenwoordig  zeer snel aan het veranderen en we moeten aandachtig blijven voor alle nieuwe opportuniteiten, rekening houdend met onze wetenschappelijke prioriteiten. Er zijn bijvoorbeeld meer en meer initiatieven en projecten met nano- of zelfs picosatellieten (1 kg!).

(BiS) Sinds wanneer en hoe bent u geïnteresseerd geraakt in ruimtevaart of ruimteonderzoek?

(DF) Op het BIRA ben ik begonnen met massaspectrometrie van natuurlijke ionen gemeten vanaf stratosferische ballons, een of twee keer per jaar. Deze schitterende technieken zijn volgens mij niet meer compatibel met een globale modelisatie van de atmosfeer. Ik betreur niettemin de “good old time” van schilderachtige zendingen naar Frankrijk met spectaculaire lanceringen van die reuzeballonnen.
Later ben ik begonnen met de verwerking van de ORA-gegevens, daarna kwamen projecten zoals GOMOS, ALTIUS, enz.

(BiS) Wat is voor u de belangrijkste gebeurtenis uit de geschiedenis van zowel de onbemande als bemande ruimtevaart?

(DF) Voor bemande ruimtevaart blijft voor mij het Amerikaanse ruimtependel een doorbraak. Voor onbemande satellieten moet ik natuurlijk denken aan de Hubble telescoop, het GPS-systeem en, meer specifiek voor aëronomie, aan het SAGE II instrument dat meer dan 20 jaar metingen opgeleverd heeft door de techniek van de zonoccultatie.

(BiS) Besteedt België volgens u genoeg aandacht aan ruimtevaart en ruimteonderzoek?

(DF) De ondersteuning van ALTIUS en de financiering van projecten voor ENVISAT, SOIR, enzovoort zijn onontbeerlijk en daarvoor moeten wij de Belgische overheid (BELSPO) bedanken. Het is ook waar dat de wetenschappers een zeer specifieke perceptie hebben van wat de beste ruimtestrategie moet zijn en dit mag in conflict komen met het pragmatisme van ESA. Volgens mij hebben we nog niet genoeg ambitie, rekening houdend met de aanzienlijke Belgische bijdrage in de ESA begroting. Maar ambitie betekent ook risico’s durven nemen. Ik zeg graag dat, als een atmosferisch thema een belangrijk “hot topic” wordt, het al te laat is voor diegenen die niet genoeg energie geïnvesteerd hebben.

(BiS) Welke raad kan u aan jongeren geven die geboeid zijn in wetenschap en technologie?

(DF) Kom maar naar het BIRA! Daar vind je een volledig spectrum van zeer toegepaste wetenschap en technologie tot en met theoretisch werk en modelisatie. Het verkennen, ontdekken en begrijpen van onze wereld blijft de driver van het wetenschappelijke leven.

(BiS) Hoe heeft u Belgium in Space leren kennen?

(DF) Ik ben gecontacteerd geweest door onze communicatiecel en heb de website bezocht. Het idee van schriftelijke interviews vind ik doelmatig en efficiënt.

(BiS) Bedankt voor het intervew en veel succes nog!

Gelezen: 3273 keer Laatst aangepast op donderdag, 04 februari 2010 18:22
Kris Christiaens

Oprichter & beheerder van Belgium in Space.
Medebeheerder & hoofdredacteur van Spacepage.
Ruimtevaart & sterrenkunde redacteur.

Volg mij op Twitter: @KrisChristiaens

Waar is PROBA 1?

De locate van de PROBA 1 satelliet op dit ogenblik

Waar is PROBA V?

Waar is PROBA V

Geplande evenementen

Geen geplande evenementen

Sociale netwerken

PROBA 2 beelden

Waar is het ISS?

Het ISS op dit ogenblik

Belgische ruimtemissies