ALTIUS gaat in 2015 de ruimte in
Het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA) heeft laten weten dat de Belgische wetenschappelijke satelliet ALTIUS in 2015 gelanceerd wordt. ALTIUS staat voor 'Atmospheric Limb Tracker for the Investigation of the Upcoming Stratosphere' en heeft als doel de ozonverdeling in de atmosfeer te bepalen en spoorgassen te detecteren. Zo moet ALTIUS ondermeer het 'gat' in de ozonlaag nauwlettend in de gaten houden. In februari 2011 eindigde de fase waarin de technische concepten van het project werden vastgelegd. Zo werd beslist dat ALTIUS zal gebouwd worden op een flexibele en wendbare satelliet van het PROBA-type. De satelliet zelf zal uiteindelijk 80 cm x 60 cm x 60 cm groot zijn en zal niet meer wegen dan 100 kilogram. ALTIUS zal uitgerust worden met het Visible Breadboard instrument dat spectrale beelden van de atmosfeer moet maken in het ultraviolet (250 - 400 nm), het zichtbaar (400 - 800 nm) en het infrarood gebied (800 - 1800 nm). Dit instrument werd ontwikkeld door de afdeling Engineering van het BIRA in samenwerking met het bedrijf OIP. Tussen oktober 2010 en februari 2011 werd dit instrument met succes uitvoerig getest in laboratoria. Tijdens een volgende reeks testen zal het instrument waarnemingen verrichten in de atmosfeer. Het BIRA speelt al sinds begin 2008 met het idee om een eigen kunstmaan te ontwikkelen die de concentratie van deze gassen in de bovenste lagen van de atmosfeer kan meten. Het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA) maakt onderdeel uit van het Federaal Wetenschapsbeleid en heeft in de wereld een onberispelijke reputatie op vlak van het onderzoek naar de fysische en chemische verschijnselen in de hoogste regionen van de Aardatmosfeer.
Animatie van radioactieve rookpluim kerncentrale van Fukushima
Op zaterdag 12 en maandag 14 maart heeft er zich een explosie voorgedaan in reactoren 1 en 3 van de kerncentrale van Fukushima in Japan. Elke explosie bracht een radioactieve pluim in de atmosfeer. Onderzoekers van het BIRA (Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie) gebruikten een verspreidingsmodel om het transport van de vervuilde luchtmassa's te simuleren tot vrijdag 18 maart. De simulatie houdt rekening met het natuurlijk verdunnen van de wolken in de loop van hun transport.
Frans zonne-observatorium met Belgisch instrument gaat de ruimte in
Vanop de Russische lanceerbasis Dombarovsky is op dinsdag 15 juni met succes een Dnepr raket gelanceerd met aan boord twee Zweedse experimentele kunstmanen en een Frans zonne-observatorium. De 34 meter lange Dnepr draagraket vertrok om 16u42 Belgische tijd vanuit een ondergrondse silo waarna vijftien minuten later probleemloos de kleine kunstmanen uitgezet werden in een lage baan om onze planeet. De twee Zweedse satellieten maken deel uit van het Prisma programma en moeten de technologie achter formatievliegen demonstreren in de ruimte. De derde kunstmaan die uitgezet werd, is het Franse Picard observatorum dat onder het Myriade-programma valt van het Franse ruimtevaartagentschap Centre National d’Études Spatiales (CNES). Voor België is Picard van zeer groot belang aangezien deze 150 kilogram zware microsatelliet uitgerust werd met een Belgische instrument. Daarnaast doet het B.USOC, gelegen in de gebouwen van het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA) te Brussel, dienst als wetenschappelijk missiecentrum voor de Picard satelliet.
België volgt de Ijslandse vulkaanuitbarsting
België neemt deel aan de opvolging van de Ijslandse vulkaanuitbarsting met behulp van satellietinstrumenten. Het instrument OMI aan boord van de Amerikaanse satelliet Aura en het instrument IASI aan boord van de Europese satelliet Metop-A detecteren heel goed de vulkanische pluim die door de Ijslandse vulkaan uitgestoten werd en ze maken het ons mogelijk haar evolutie op te volgen. In het kader van zijn dienstverlening aan de luchtverkeersleiding (SACS) gebruikt het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA) dit soort waarnemingen om de vulkanische activiteit en de evolutie van de aspluim doorheen de atmosfeer in het oog te houden. Men probeert eveneens zijn mogelijke impact op de ozonlaag te evalueren. SO2 is in deze context heel interessant omwille van zijn verband met de ozonlaag. Dit gas wordt namelijk rechtstreeks door de uitbarsting uitgestoten, evenals as en waterdamp. Het zit opgelost in het water en creeert op deze manier aerosols van zwavelzuur. Als de aerosols tot in de stratosfeer opstijgen, zouden ze er een verdunning van de ozonlaag kunnen veroorzaken. Het BIRA ontwikkelde BASCOE, een wiskundig model gebaseerd op satellietwaarnemingen van ozon, om dit soort evenementen te detecteren.
Meer info: Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie
SOLSPEC: een Belgisch instrument aan boord van het ISS
Het SOLSPEC-ruimte-instrument, een spectrometer gespecialiseerd in het meten van het spectrum van de zonnestraling buiten de atmosfeer, richt zich nu al twee jaar naar de zon. SOLSPEC is één van de drie Europese instrumenten van de SOLAR-lading, die gewijd is aan het meten van zonnestraling van op het Internationaal Ruimtestation (ISS). Dit instrument is het resultaat van een lange en succesvolle Frans-Belgische samenwerking tussen de LATMOS-dienst van het Franse CNRS (PI: G. Thuillier) en het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA). Beide zijn gespecialiseerd in de atmosfeer van de Aarde en het onderzoek naar de ruimte-omgeving. Het ruimteveer ATLANTIS bracht het SOLSPEC-SOLAR-instrument in een baan rond de Aarde op 7 februari 2008. Astronauten installeerden het op een extern platform van de Europese Columbus-module van het ISS. Op 5 april 2010 viert SOLSPEC haar tweede verjaardag van de eerste zonnemetingen verkregen buiten de Aardse atmosfeer.
BiS interview: Didier Fussen (BIRA)
Ruimtevaart is en blijft enorm fascinerend. De laatste descennia is België een niet onbelangrijke rol gaan spelen in de Europese ruimtevaart en blijven de jaarlijkse omzetcijfers van de Belgische ruimtevaartindustrie stijgen. In Vlaanderen en Wallonië bestaat sedert vele jaren de mogelijkheid om een loopbaan uit te bouwen in de sterk groeiende ruimtevaartsector dat op zijn beurt jongeren stimuleert om te kiezen voor een technologische of wetenschappelijke studierichting. Belgium in Space sprak met verschillende mensen die zowel tewerkzaam zijn in de Belgische ruimtevaartindustrie alsook bij verschillende instituten en stelde hen tal van vragen in verband met hun functie, hun passie voor ruimtevaart en hun studies. Voor dit interview nam Belgium in Space contact op met Dr. Didier Fussen die departementshoofd is bij het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA).
Tijdlijn ruimtevaart en sterrenkunde in België
Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA)
Het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie is een wetenschappelijk instituut dat in 1964 werd opgericht en ondermeer de studie van de hoge lagen in onze atmosfeer bestudeert. Dit instituut is gevestigd naast de Koninklijke Sterrenwacht van België op het plateau van Ukkel nabij Brussel. Voor deze instelling werd opgericht, bestond bij veel Belgische wetenschappers al een enorme interesse in de onderzoeksdomeinen waarbinnen het BIRA vandaag de dag werkt. In 1939 richtte het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI) een interne dienst op die ondermeer onderzoek verrichtte naar absorbtie van zonnestralen door de hoogste atmosfeer van de Aarde. Doordat de behoefte aan een autonoom instituut, dat zich zou verdiepen in aëronomische verschijnselen steeds groter werd, maakte de Aëronomische dienst van het KMI zich in 1964 los.
Federaal Wetenschapsbeleid
Het Federaal Wetenschapsbeleid beheert ondermeer de Belgische bijdrage aan het Europese ruimtevaartagentschap ESA en vertegenwoordigt bijna 30% van het totale budget dat in België naat onderzoek gaat. Tien federale wetenschappelijke instellingen maken deel uit van het Federaal Wetenschapsbeleid en in totaal beschikt dit departement jaarlijks over 620 miljoen euro. In het organigram van het Federaal Wetenschapsbeleid zijn 12 operationele diensten (Algemene Directies) terug te vinden en hiertoe behoren ook het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA), de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) en het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI). Het Federaal Wetenschapsbeleid heeft meer dan 2.800 personeelsleden en is ondermeer ook uitgever van het wetenschappelijk tijdschrift Science Connection dat een oplage heeft van 20.000 exemplaren en gratis te verkrijgen is.
Venus Express
Venus Express was de eerste Europese ruimtesonde richting Venus en het tuig werd in 2005 gelanceerd waarna het in 2006 aan kwam bij de planeet. Europa wil met dit project vooral de atmosfeer, de plasmaomgeving en het oppervlak van Venus bestuderen en het ontwerp van dit tuig werd afgeleid van dat van de Mars Express ruimtesonde die in 2004 richting Mars gelanceerd werd. België is op verschillende manieren betrokken bij zowel de realisatie als het wetenschappelijke gedeelte van deze missie en de grootste bijdrage werd in ons land geleverd door het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie die samen met Frankrijk een instrument ontwikkelde waardoor we een beter inzicht krijgen in de atmosfeer van Venus. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de Belgische brijdrage aan de Europese Venus Express ruimtemissie.