Belgisch sterrenkundig onderzoek
In deze categorie vindt je al het laatste nieuws op vlak van Belgisch sterrenkundig onderzoek.
Belgische kroonprins brengt bezoek aan VLT
De Belgische kroonprins Philip heeft op woensdag 7 december 2011 een bezoek gebracht aan ESO's Very Large Telescope (VLT) dat gelegen is in de verlaten Atacama woestijn in Chili. Het bezoek van de kroonprins aan het Europese astronomische observatorium maakt deel uit van een economische zending naar Chili dat georganiseerd wordt door het Agentschap voor Buitenlandse Handel in nauwe samenwerking met de gewestelijke exportbevorderende diensten (Flanders Investment & Trade, Awex, en Brussels Invest en Export). De kroonprins werd tijdens zijn bezoek aan de VLT vergezelt door de Belgische ambassadeur in Chili, minister Marcourt van de Waalse regering en vertegenwoordigers van de bedrijven AMOS, Septentrio, ENE en de Universiteit van Luik. Tijdens het bezoek aan de VLT kreeg de kroonprins ondermeer een rondleiding 'achter de schermen' van de gigantische telescopen. Voor de industriële delegatie die de kroonprins vergezelde, biedt de realisatie van ESO's European Extremely Large Telescope (E-ELT) heel wat nieuwe mogelijkheden. De E-ELT wordt 's werelds grootste telescoop en zal gebouwd worden door tal van Europese bedrijven. België is één van stichtende leden van de European Southern Observatory (ESO) en heeft de afgelopen jaren héél wat belangrijke bijdragen geleverd aan zowel de faciliteiten alsook aan de astronomische onderzoeken van de ESO. Zo werden de vier 1,8 meter Auxiliary Telescopes, die deel uitmaken van de Very Large Telescope, gebouwd in België door het bedrijf AMOS en werd de Belgische TRAPPIST Telescope op het La Silla Observatory gebruikt voor een belangrijke ontdekking in verband met de dwergplaneet Eris. Twee belangrijke contracten in verband met het ontwerp van de E-ELT werden inmiddels al toegekend aan Belgische bedrijven.
Reuzenster puft verschillende schillen uit
Een internationaal team van sterrenkundigen onder leiding van Leen Decin van de K.U.Leuven heeft bij de stervende reuzenster CW Leonis een reeks schillen van koud stof ontdekt. De ster heeft die schillen in de loop van haar leven uitgepuft: de buitenste schil is zo’n 16.000 jaar geleden door de ster afgestoten en nu al meer dan 7.000 miljard kilometer van de ster weggedreven. CW Leonis is een geëvolueerde ster in het sterrenbeeld Leeuw, op 500 lichtjaren afstand: het is een stervende ster die een koolstofrijke rode reus is geworden. "Tot voor kort leek de omgeving van reuzensterren homogeen te zijn: gelijkmatig vermengd zonder afzonderlijke, grote klonters. Maar er zijn meer en meer aanwijzingen dat dit plaatje niet klopt", zegt Leen Decin. "Nieuwe beelden van de Herschel-satelliet bevestigen dat op spectaculaire wijze. We hebben niet minder dan twaalf schillen ontdekt, die de ster in de loop van haar leven uitgepuft heeft. De zwakste schil die we gevonden hebben, zit op 7.000 miljard kilometer."
Netwerk van ontvangstations bestudeert vallende sterren
Met het BRAMS-netwerk van radio-ontvangstations in heel het land bestudeert het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA) meteoren om de risico's voor satellieten beter in te kunnen schatten. Ook voor het onderzoek naar de chemie van de hoge atmosfeer is dit netwerk van belang.* Tijdens haar verplaatsing door het zonnestelsel, botst de Aarde constant met solide deeltjes van diverse grootte met een diameter gaande van enkele microns tot enkele meters. Wanneer ze in contact komen met de atmosfeer, warmen de deeltjes sterk op en kunnen ze een lichtverschijnsel veroorzaken. Dit worden meteoren of ook wel "vallende sterren" genoemd. Maar deze deeltjes produceren ook een spoor van elektronen in hun kielzog, waarop een VHF-radiogolf (very high frequency), die wordt uitgezonden vanop de grond, weerkaatst kan worden.
Onderzoekers KSB vermoeden dat Titan een oceaan verbergt
Onderzoekers van de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) zijn tot een opmerkelijke conclusie gekomen in verband met de Saturnusmaan Titan. Volgens de onderzoekers zijn er aanwijzingen dat deze maan een enorme oceaan verbergt onder de betrekkelijk dunne korst. Indien dit klopt, zou dit de variaties in de bewegingen van Titan verklaren alsook de vraag beantwoorden waar al dat methaan in de atmosfeer van deze maan vandaan komt. Aangezien methaan onder invloed van zonnestraling wordt afgebroken, moet Titan dus een flinke voorraad bezitten van methaan. De wetenschappers van de Koninklijke Sterrenwacht van België baseren hun theorie op waarnemingen en metingen gemaakt door de Cassini ruimtesonde die zich al sinds 2004 in een baan rond deze planeet beweegt. Cassini's onderzoek leidde eerder al tot de ontdekking van een atmosfeer rond Titan met een grotere dichtheid dan de atmosfeer van de Aarde. Daarnaast ontdekte de ruimtesonde ook rivieren en meren van methaan op het ijskoude Titanoppervlak en bleek de maan een kringloop van methaan in stand te houden. Titan is de tweede grootste maan in ons zonnestelsel en heeft een diameter van 5 150 kilometer (groter dan de planeet Mercurius). De maan werd in 1655 door Christiaan Huygens ontdekt en in januari 2005 landde een Europese sonde voor het eerst op het oppervlak van Titan. De zwaartekracht op Titan is ongeveer één zevende van de Aardse zwaartekracht. Het oppervlak van deze maan wordt gekenmerkt door bergketens, meren, grote vlakten, donkere duingebieden en vulkanen.
Sterrenkundigen UGent kijken met Herschel naar Andromedastelsel
De Europese Herschel ruimtetelescoop heeft tussen 18 en 21 december 2010 de grootste en meest gedetailleerde kaart gemaakt van het Andromedastelsel. Het Andromedastelsel (ook gekend onder de naam M31) is een groot sterrenstelsel dat het dichts bij ons melkwegstelsel ligt. De unieke kaart van de Andromedanevel werd gemaakt met behulp van vijf verschillende infraroodfilters en bestrijkt een gebied dat meer dan vijftig keer zo groot is al een volle Maan. De kaart werd gemaakt in het kader van het Herschel Exploitation of Local Galaxy Andromeda (HELGA) project dat ondersteund wordt door een internationaal consortium onder leiding van sterrenkundigen van de Universiteit Gent (UGent). Voor het eerst werd het Andromedastelsel in het infrarood waargenomen tot voorbij de uiterste rand. Hierdoor kunnen sterrenkundigen de structuur van het stelsel in zijn totaliteit en tot in de grootste details bestuderen. Met zijn 3,5 meter grote hoofdspiegel is de Europese Herschel ruimtetelescoop de grootste en meest geavanceerde telescoop die ooit in de ruimte werd gebracht. Vanop een afstand van 1,5 miljoen kilometer van de Aarde detecteert Herschel straling in het verre infrarood. Hierdoor ziet Herschel de allerkoudste objecten uit het heelal. Zo is deze ruimtetelescoop een zeer handig instrument in de zoektocht naar ondermeer geboorteplaatsen van sterren. Klik op 'Lees meer' om de Herschel-kaart te zien van het Andromedastelsel.
Planetoïde genoemd naar oprichter Volkssterrenwacht Mira
De planetoïde 2001 MP29 heet voortaan (108953) Pieraerts. Pater Godfried Pieraerts leefde van 1908 tot 1984 en was een nobertijn in de Abdij van het Park van Leuven en de Abdij in Grimbergen. Pater Pieraerts had begin de '60 boven de gebouwen van het Fenikshof in Grimbergen zijn eigen sterrenwacht die vaak bezocht werd door ondermeer Armand Pien. Op aanraden van weerman Armand Pien maakte Pieraerts er in 1967 een sterrenwacht van voor het grote publiek met de naam 'Mira'. Uiteindelijk werd Mira dit de eerste Volkssterrenwacht van Vlaanderen. Het voorstel om planetoïde 2001 MP29 te noemen naar Pater Pieraerts werd begin september doorgestuurd naar het Minor Planet Center van de Internationale Astronomische Unie (IAU) waarna deze begin december aankondigde dat 2001 MP29 vanaf heden de naam '(108953) Pieraerts' draagt. De planetoïde zelf werd in 2001 door de sterrenkundige Thierry Pauwels van de Koninklijke Sterrenwacht in Ukkel ontdekt die ondertussen al een honderdtal van deze hemellichamen heeft ontdekt. Planetoïden, of ook wel asteroïden genoemd, zijn kleine of grote brokstukken die zich net als planeten in een baan om de zon begeven. Inmiddels zijn er al meer dan 300 000 van deze hemelobjecten gekend waarvan de meeste zich tussen de planeten Mars en Jupiter bevinden.